Waarom georganiseerde misdaad niet goed wordt aangepakt

Wijkagenten zien veel georganiseerde misdaad die niet wordt aangepakt. Dat komt omdat de stap van ‘harde lokale verdenkingen’ naar een opsporingsonderzoek te moeilijk is. Dat blijkt uit een onderzoek uitgevoerd door de Politieacademie.

Vaak wordt weinig gedaan met lokale informatie over georganiseerde en aangifteloze misdaad. Uit het onderzoek blijkt ook dat meer dan 70 procent van de ondervraagde politiemensen vindt dat er ‘veel criminelen’ zijn die ‘veel te weinig aangepakt worden’. Meer dan 80 procent vindt dat er meer tijd en middelen beschikbaar zouden moeten zijn voor opsporingsonderzoek naar georganiseerde misdaad. Nu gebeurt dat dus te weinig omdat de stap van informatie naar een onderzoek te moeilijk is.

Maar een klein aantal rechercheurs wordt ingezet voor aangiftedelicten. Daarom kan ‘met pijn en moeite zo nu en dan’ lokale politiecapaciteit ingezet worden voor onderzoeken naar bijvoorbeeld drugscriminelen. “De consequenties zijn hard: riante criminele kansen voor georganiseerde criminelen en nauwelijks of geen steun voor (wijk-)agenten die dit soort misdaad agenderen.”

Meer rechercheurs

Van de wijkagenten heeft meer dan 70 procent een sterke behoefte aan meer inzet van rechercheurs, zodat de georganiseerde misdaad in zijn of haar wijk aangepakt wordt. De onderzoekers raden aan om in elk basisteam tenminste tien politiemensen aan te wijzen die zich fulltime bezighouden met opsporing van georganiseerde of aangifteloze misdaad.

Bijna 90 procent van de politiemensen vindt dat er veel te weinig wordt getraind. Training voor geweldshantering ‘schiet tekort’: er zijn maar een handjevol trainingsdagen per jaar. Veel van de tijd wordt besteedt aan uitzonderlijke situaties zoals terreur, en niet aan alledaagse geweldssituaties.