Tijdens de Franse Revolutie zaten Baudet en Wilders links

COLUMN VIKTOR KAMPHUIS – In mijn vorige stuk voor BIG schreef ik dat vanuit rechts-conservatiefperspectief de VVD eigenlijk helemaal niet zo’n rechtse partij is. De VVD is in Nederland echter niet de enige partij die het rechter spectrum vult. Lezers van die column zouden kunnen concluderen dat ik PVV of FvD als een veilige haven voor rechts minnend Nederland aanbeveel. Niets is minder waar. Door hun verzet tegen de gevestigde orde, de (linkse) elite, en, vermeende, verwoording van de vox populi in hun streven naar meer democratie, positioneren deze partijen zichzelf diametraal tegenover de conservatieve geborgenheid die zij claimen te bieden.

In mijn boekenkast bevindt zich een bundel met de titel “Revolutionair verval”. Op de flaptekst van dit boek valt te lezen dat de in deze essays behandelde denkers “[…] traditie boven revolutie stellen, vrijheid boven gelijkheid, realisme boven abstracte idealen”. In het eerste deel van deze bundels (het gaat hier over een tweeluik), “Conservatieve vooruitgang”, lezen we dat democratisme (het nastreven van democratie als doel op zich) erop gericht is alle “niet-democratische” obstakels uit de weg te ruimen om zo de volkswil te realiseren. Tegelijk is deze vrije volkswil, zonder de afgeschafte instituties, een afschaffing van vrijheid door dictatuur van de meerderheid.

Zonder elitaire instituties, met benoemde ambtsbekleders met getoetste ervaring, is geen vrijheid meer veilig voor het platwalsende egalitarisme

Tot dusver niets opmerkelijks, totdat je je bedenkt dat deze bundels zijn verschenen onder redactie van zelfverklaard conservatief wonderkind Thierry Baudet. Dezelfde Thierry Baudet die met zijn Forum voor Democratie, net als de PVV, de ‘vrijheidsbeperkende’ instituties van onze democratische rechtstaat wil afbreken omdat deze de wil van het volk zouden knechten. Baudet strijdt tegen het partijkartel, Wilders heeft zijn patriottische revolte. Beide heren waren tijdens de Franse Revolutie links in het parlement gaan zitten.

FvD en PVV streven naar een gekozen burgemeester en bindende referenda. Ook de senaat is bij hen niet in veilige handen. Deze uit traditie gegroeide instituties, die onze vrijheden in praktische maatregelen waarborgen, moeten wijken voor de abstracte volkssoevereiniteit. Een ongeketende overheid is echter een absolute overheid. Zonder elitaire instituties, met benoemde ambtsbekleders met getoetste ervaring, is geen vrijheid meer veilig voor het platwalsende egalitarisme.

Het is deze vrijheid zonder autoriteit, vrijheid zonder verantwoordelijkheid, waar de revolutionair naar streeft.

Wie hecht aan vrijheid dankzij een gekooide overheid, de wijsheid van eerdere generaties, aan ons gegevens door cultuur en traditie gestold in instituties, en meent dat de primaire verantwoordelijkheid voor het leven bij het individu zelf ligt, is bij het democratisme van Wilders en Baudet aan het verkeerde adres. In zijn “The Meaning of Conservatism” schrijft Roger Scruton dat hij in ’68 vrijheid op de barricaden zag staan. Door dit aanzicht ging conservatisme volgens hem niet over vrijheid, maar autoriteit.

Het is deze vrijheid zonder autoriteit, vrijheid zonder verantwoordelijkheid, waar de revolutionair naar streeft. De absolute vrijheid die voort moet komen uit de omwenteling die de ketenen met het verleden doorbreekt. Het is een paradox die FvD en PVV uit het oog verloren zijn, maar door waarlijk conservatieven wel verstaan wordt. Dat de vrijheid en (eigen)verantwoordelijkheid, de stokpaardjes van rechts, twee kanten van dezelfde munt zijn. Vrijheid bestaat niet zonder toetsing aan autoriteit.