Justine van de Beek: ‘Je waarde ligt niet in je vagina’

COLUMN JUSTINE VAN DE BEEK – Toen ik als jong meisje samen met mijn ouders tijdens een dagtripje Amsterdam over de wallen liep, voelde ik me extreem ongemakkelijk. Mijn moeder haalt nog wel eens lachend de anekdote aan over hoe mijn gezichtsuitdrukking betrok en ik snel weer weg wilde rennen uit het rode lichtdistrict.

Ik voelde me opgelaten, deels omdat seksualiteit an sich voor mij als kind eng en onbekend was, maar grotendeels omdat ik op die leeftijd het stigma op sekswerk al eigen had gemaakt. Ik zag de mannelijke klanten als monsters, en keek door een bril vol medelijden en onbegrip naar de vrouwelijke sekswerkers. Dat we als gezin naar hen keken alsof ze dieren in een dierentuin waren, hielp niet bepaald.

Die blik krijgen we allen in verschillende mate aangeleerd. We leren door gebrekkige representatie van sekswerkers in de media en politiek denigrerend te kijken naar deze beroepsgroep. Stigmatermen zoals ‘hoeren’ versterken dat alsmaar. Ze zullen wel onderdrukt zijn! Allen slachtoffers van mensenhandel! Wie doet dit nou uit eigen plezier? Gedreven uit geld! Dat sekswerkers uit pure financiële nood en wanhoop handelen, concluderen we niet bij andere beroepsgroepen waar jonge vrouwen hun lichaam gebruiken, bijvoorbeeld bij topsporters.

Het idee dat je vagina, en op welke manier je die gebruikt, je waarde bepaalt is wijdverspreid.

Bij sekswerk is de wilskracht en het zelfstandige handelingsvermogen van jonge vrouwen wel opeens nul. Ze zouden zelfs bij de keuze voor dit beroep hun waardigheid inleveren: zo tweette SGP-voorman Kees van der Staaij dat vrouwen die gebruik zouden maken van datingsite Rich Meets Beautiful (waaronder vermoedelijk sekswerkers), hun ‘schoonheid weggeven voor een zak geld’. Het stigma op sekswerk staat niet los van een bredere negativiteit ten opzichte van vrije vrouwelijke seksualiteit: het idee dat je vagina, en op welke manier je die gebruikt, je waarde bepaalt is wijdverspreid.

Als we sekswerk overigens wél waarderen, is dat wanneer het bijvoorbeeld in een ‘deftigere’ vorm is (escort-service) of wanneer het de traditionele vorm van zorg (sekswerk bij bijvoorbeeld gehandicapten) nadert. Dit wordt ook wel de ‘hoerarchie’ genoemd: de rangorde waarbij bepaald sekswerk goed is, en andere vormen niet. Toen ik sekswerker Moira Mona via Twitter sprak, omschreef zij dit mooi: “Mensen moeten andere sekswerkers niet omlaag trappen om zelf boven water te blijven.”

Ik heb veel vrouwen tijdens hun seksuele ontwikkeling en het los wrikken van de norm zien opbloeien tot krachtigere versies van hunzelf.

We kunnen, en moeten, voorbij aan deze reductie van vrouwen en hun zelfbeschikking. Sekswerkers, zoals belangenvereniging PROUD het omschrijft, zijn geen mensen die hun lichaam passief ‘beschikbaar stellen’. Ze verlenen een seksuele dienst.  Bij die dienstverlening verliezen ze, net zoals bij andere vrouwen die hun seksualiteit uiten op een niet-geaccepteerde manier, hun waardigheid niet. Sterker nog: ik heb veel vrouwen tijdens hun seksuele ontwikkeling en het loswrikken van de norm zien opbloeien tot krachtigere versies van hunzelf.

Zij die vrouwelijke seksualiteit willen inperken en er onze waardigheid aan willen koppelen, moeten we blijven bevragen. Wie profiteert van dit beeld, en wie lijdt eronder? “Who put my honor in my vagina?” vroeg de Indiase feministische activist Kamla Bhasin zich eerder af. “I didn’t place my honor there.”