Een Nederlands-Koerdische Peshmerga-strijder vertelt over het Koerdische referendum

De Koerden zijn een volk zonder eigen land. Sinds mensenheugenis wordt door de Koerden gestreden voor onafhankelijkheid. Die strijd komt op 25 september tot een nieuw hoogtepunt met een referendum over onafhankelijkheid. Vanuit buurlanden en het Westen staat hoge druk om het referendum niet door te laten gaan.

Ik sprak met een Nederlandse Iraans-Koerdische Peshmerga-strijder (Naser, 27) die voor het referendum is, en met een Nederlandse Turks-Koerdische vrouw (Ebru, 21) die tegen het referendum is.

Maar eerst moet ik je even kort uitleggen hoe het met dit referendum zit. Want het is nogal ingewikkeld. Dit is een korte en simpele versie van het verhaal:

Het referendum

Koerdistan ligt in Turkije, Iran en Irak. Alleen in Irak hebben de Koerden een soort autonome regio met een eigen regering. Toch staat die regering nog onder de Iraakse regering.

Nu is er in Iraaks-Koerdistan een referendum voor onafhankelijkheid opgezet, en 25 september gaat er gestemd worden. De buurlanden, Turkije, Iran en Irak zijn fel tegen een onafhankelijkheidsreferendum.

Maar niet alleen de buurlanden, die bang zijn voor een sterke vijand aan hun grenzen, zijn tegen. Ook het Westen staat niet bepaald te trappelen.

Volgens de VS zou een referendum ‘destabiliserend’ voor de regio zijn en ‘provocerend’ naar Bagdad. Waarschuwingen klinken dat onafhankelijkheid tot etnisch geweld kan leiden.

Toch, zegt de Koerdische president Masoud Marzani, gaat het referendum door. Uitstellen kan niet meer.

Naser

“Natuurlijk ben ik voor het referendum!”, roept Naser Ilxani (27, links op de foto boven) tijdens ons Facebook-belletje. Hij is geboren in Iraans-Koerdistan, op zijn vierde kwam hij naar Nederland. Toen hij in 2014 op televisie zag dat IS zijn thuisland aanviel, besloot hij terug te gaan. “Dan kan je als Koerd niet thuis op de bank blijven zitten.”

Hij wilde helpen. Naser sloot zich aan bij de Peshmerga, de Koerdische militaire strijders, van de Komala Partij, een links-nationalistische Iraans-Koerdische politieke partij.

Naser was bij de frontlinies van IS. Later keerde hij weer terug naar Nederland. Sinds een week is hij weer terug voor het referendum. Momenteel zit hij niet ver van Suleimaniya af, een stad in Iraaks-Koerdistan, relatief dichtbij de Iraanse grens.

“We halen het honderd procent, geen twijfel mogelijk

“We halen het honderd procent, geen twijfel mogelijk. Als je in democratie gelooft, dan weet je: er komt een onafhankelijk Koerdistan. Maandagavond wordt het feest. De sfeer is relaxed hier. De moed is hoog, het moraal is hoog. Ook al hebben we het idee dat de wereld tegen ons is, voelen we ons niet bedreigd.”

Naser begrijpt ook wel dat veel landen niet zitten te wachten op het referendum. “Het zorgt natuurlijk voor destabilisatie, het kan leiden tot een nieuw conflict en daar zit het Westen niet op te wachten.”

Een van de commandanten van Naser

Maar toch, dat het Westen zich nu tegen Koerdistan keert, het voelt niet goed voor hem. “Het Westen was de afgelopen jaren positief over Koerdistan. We zijn democratisch, vredelievend, we hebben vrijheid. Maar als we de democratie in de praktijk willen brengen, worden we tegengewerkt. Politiek gezien valt dat te begrijpen, maar logisch gezien niet.”

Nergens in het Midden-Oosten – behalve Israël – heb je vrijheid zoals hier

“Nergens in het Midden-Oosten – behalve Israël – heb je vrijheid zoals hier. Een moskee met tweehonderd meter ernaast een slijterij, dat kan alleen hier.” Maar door tegen het referendum te zijn, werk je die vrijheid tegen als Westen, vindt Naser. “Daarmee steun je de onderdrukking, de dictators en de mensenrechtenschendingen in het Midden-Oosten.”

Iran zegt de grenzen te sluiten wanneer Koerdistan voor onafhankelijkheid stemt. Turkije zal waarschijnlijk hetzelfde doen, maar volgens Naser moeten ‘de Koerden even volhouden’. “Dat duurt hooguit een half jaar.”

Ebru

Ebru (21) woont in Nederland, is Turks-Koerdisch en is tegen een onafhankelijk Koerdistan. “De Koerden verdienen het niet. Vijftig jaar terug hadden we het verdiend, maar nu niet. De PKK-aanhangers, die zijn zó erg, ze verpesten alles voor alle Koerden.”

Ze durft haar achternaam niet te geven omdat ze bang is dat ze wordt aangevallen door andere Koerden. “Ik word vaak ‘neppe Koerd’ genoemd omdat ik achter Turkije sta. En dat heb ik te danken aan de PKK. Toen ik een Turkse vlag aan m’n raam hing omdat m’n neef was overleden in gevechten met de PKK, werd mijn huis bekogeld met eieren door PKK-aanhangers.”

Zelf is Ebru een Erdogan-aanhanger. “Sinds Erdogan er is kun je gewoon Koerdisch praten in Istanboel, dat was vroeger niet zo. Mijn vader heeft vroeger zo veel klappen gekregen, nu is dat niet meer door Erdogan.”

Daarom is ze, uit dankbaarheid voor Erdogan, tegen een onafhankelijk Koerdistan in Turkije. “Zolang ze dat niet krijgen vind ik het prima. Koerdistan in Irak werd toch al Koerdistan genoemd. Als het officieel wordt heb ik er niet écht problemen mee, tenzij ze een stuk van Turkije willen.”