De vijf grootste landverraders op een rij

Meer dan 100.000 Nederlanders zijn lid geweest van de NSB. Een kwart daarvan heeft zelfs voor de Duitsers gevochten. Volgens Wikipedia zijn er dertien Nederlanders veroordeeld voor oorlogsmisdaden. We hebben hier de vijf meest notoire NSB’ers voor je op een rijtje gezet.

Anton van der Waals

CC BY-SA 3.0 nl Door Noske, J.D. / ANEFO

Deze man was een van de meeste beruchte Nederlandse landverraders van de Tweede Wereldoorlog. Hij werkte als spion voor de Duitse Sicherheitsdienst (SD). Hij infiltreerde in Nederlandse verzetsorganisaties om die vervolgens aan de Duitsers te verraden. Door zijn toedoen zijn vele tientallen Nederlandse en Engelse verzetsmensen in handen van de Duitsers gevallen. Officieel zijn er door hem 83 mensen gearresteerd, waarvan er 34 zijn geëxecuteerd. Ondanks dat hij verschillende keren werd ontmaskerd en er meerdere aanslagen op zijn leven zijn gepleegd, overleefde hij in de oorlog. In 1947 werd hij toch gearresteerd voor zijn oorlogsmisdaden en in ’50 werd hij geëxecuteerd.

 

Henk Feldmeijer

Feldmeijer was een NSB’er van het eerste uur. Al vanaf 1932 was hij lid. In 1939 richtte hij de Mussert-garde op, een soort Nederlandse versie van de SS. Tijdens de oorlog kreeg hij dan ook van SS-kopstuk Rauter de opdracht om de Nederlandse SS op te richten. Veel van de mannen die daar dienst namen werden ingezet aan het oostfront tegen de Sovjets. Zelf ging hij in ’41 ook naar het oosten, waarvoor hij een belangrijke Duitse militaire onderscheiding, het ijzeren kruis, kreeg. Op 22 februari werd hij op weg naar het front gedood door een geallieerd vliegtuig.

Wil je meer weten over Henk Feldmeijer?

Omroep MAX heeft een documentaire over hem gemaakt.

Bekijk hem hier.

Anton Mussert

Anton Mussert, CC BY-SA 3.0 de Bundesarchiv

Anton Mussert was de leider en oprichter van de NSB. De partij, die hij in 1931 oprichtte, had op zijn hoogtepunt in 1943 meer dan 100.000 leden. Mussert richtte de partij naar eigen zeggen op omdat “ons volk weer moest leren nationaal te zijn.” In de jaren ’30 was Mussert nog niet antisemitisch en steunde hij Hitlers rassenleer niet. Hij voelde zich meer aangetrokken tot het fascisme van de Italiaanse dictator Mussolini, die ook geen onderscheid in rassen maakte. Andere NSB’ers als Meinoud Rost van Tonningen brachten het antisemitisme naar de NSB. Tijdens de oorlog wilde Mussert het Nederlandse volk vertegenwoordigen (hij wilde dus ook niet dat Nederland zou opgaan in Duitsland), maar door de Duitsers werd hij niet serieus genomen. Na de oorlog werd hij ter dood veroordeeld. 7 mei 1946 werd hij geëxecuteerd. Zijn laatste woorden zijn staatsgeheim en worden 75 jaar na zijn dood, in 2021, vrijgegeven.

Het zou je oudoom maar zijn.

Maar hoe kom je daar dan achter?

Lees hier over de zoektocht naar de geschiedenis van een ‘fout’ familielid.

De gebroeders Faber

Pieter Faber NIOD

Klaas en Pieter Faber zijn twee broers die tijdens de Tweede Wereldoorlog allebei oorlogsmisdaden hebben gepleegd. Klaas ging in 1940 al bij de Waffen-SS, wat hem een Duits staatsburger maakte. Pieter werd lid van de SD. Na de dood van hun vader in 1944, die werd doodgeschoten door verzetsstrijder Hannie Schaft, hebben de gebroeders Faber namens de SD (De Duitse inlichtingendienst) veel mensen vermoord. Pieter werd in 1948 ter dood gebracht voor het plegen van 27 moorden. Klaas werd ook ter dood veroordeeld (hij vermoordde 22 mensen), maar nadat zijn straf was omgezet in levenslang ontsnapte hij in 1952 uit de gevangenis. Hij vluchtte naar Duitsland, waar zijn staatsburgerschap hem erg goed van pas kwam. Omdat Duitsland geen staatsburgers uitlevert, heeft Faber tot zijn dood in 2012 vredig in Duitsland gewoond.

 

Hoe ik erachter kwam dat mijn oudoom SS’er was

Mijn oudoom Ton was in de Tweede Wereldoorlog lid van de NSB. Dat vertelde mijn vader me wel eens over zijn oom als zijn familie ter sprake kwam. Toen ik ouder werd, en me ging verdiepen in mijn familiegeschiedenis, kwam ik erachter dat dat niet alles was. Het begon toen ik zijn naam vond op een website waarop alle Nederlanders staan die tijdens de Tweede Wereldoorlog in vreemde krijgsdienst zijn geweest. Hij was dus niet alleen van de NSB, hij had ook voor de Duitsers gevochten.

Maar wat heeft oom Ton gedaan in de oorlog? Heeft hij joden aangegeven? Of is hij uitgezonden naar het oostfront om te vechten tegen de Sovjets? Om daar achter te komen ga ik naar het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) in Den Haag. In dat archief zitten alle dossiers van de 300.000 mensen die zijn beschuldigd van samenwerking met de Duitsers, het in dienst treden bij een vijandelijke krijgsmacht, landverraad of NSB-lidmaatschap. Omdat ik weet dat hij NSB’er was, is het zeker dat ze een dossier over hem hebben.

Oudoom Ton, beeld van na de oorlog

Zo makkelijk krijg je die niet te zien. Het archief is niet openbaar. Of zoals ze zelf zeggen: ‘beperkt openbaar’. De documenten vallen om een of andere reden onder de Wet Bescherming Persoonsgegevens, dus niet iedereen mag er zonder pardon bij. Voor toegang moet je kunnen aantonen dat de persoon waarover het dossier gaat dood is of langer dan 100 jaar geleden is geboren. Gelukkig heeft mijn vader een rouwkaart van toen oom Ton overleed, die ik samen met zijn geboortedatum, zijn geboorteplaats, de naam van zijn vrouw en mijn motivatie kan meesturen met mijn aanvraag om het archief in te mogen.

Vier weken later krijg ik antwoord. Ik pak de trein van Utrecht naar Den Haag en loop naar het Nationaal Archief, op steenworp afstand van het station. Ik meld me aan de balie en mag naar binnen nadat ik al mijn spullen behalve een ouderwets potlood en een notitieboekje in een kluisje heb gestopt. Ik weet niet wat ik moet verwachten. In de brief die het CABR me heeft gestuurd staat dat in het archief foto’s, brieven, lidmaatschapsbewijzen en processen verbaal kunnen zitten.

Er zijn veel bewakers die er voor moeten zorgen dat niemand foto’s neemt of documenten bekliedert.

Ik kom binnen in een zaaltje zonder ramen met grote, lange tafels waaraan een tiental mensen in grote mappen aan het bladeren zijn. Deze hele zaal is van het CABR, dus al deze mensen zijn waarschijnlijk ook onderzoek aan het doen naar ‘foute’ familieleden. Helaas mag ik geen foto’s maken van de dossiers. Omdat het archief niet openbaar is mag je slechts aantekeningen maken. Zo’n zeven bewakers moeten er voor zorgen dat niemand foto’s neemt of documenten bekliedert.

Hoewel veel mensen ‘foute’ familieleden hadden, kende Nederland ook oorlogshelden.

Lees hier over de meest heldhaftigste verzetsmensen uit de Tweede Wereldoorlog

Twee mappen krijg ik, met daarin honderden velletjes papier die het oorlogsverhaal van oom Ton vertellen. Het eerste wat ik tegenkom is een foto. Een knappe, jonge man van rond de dertig jaar kijkt ondeugend in de camera. De volgende papieren zijn minder fraai: lidmaatschapsboekjes van de NSB, de WA (de knokploeg van de NSB) en de Landstorm (de Nederlandse tak van de Waffen SS).

Uit de documenten blijkt dat oom Ton vanaf 1935 bij de NSB zat. In een brief die hij in 1947 schreef legt hij uit dat dat om “sociale en economische” redenen was. Hij heeft daarna van 1941 tot 1943 als boekhouder gewerkt bij het legioen Nederland, een organisatie voor Nederlanders die in Oost-Europa voor de Duitsers wilden vechten. Hij was toen nog een zogenaamde brood-NSB’er, iemand die om financiële redenen met de bezetter samenwerkte. Later in die brief wordt ook zijn ideologische motief duidelijk. “Ik geloofde in een zogenaamd ‘communistisch gevaar’ en in de woorden van Mussert dat Nederland door een daadwerkelijke medewerking een plaats zou krijgen in het nieuwe Europa,” schreef Ton.

“Ik geloofde in de woorden van Mussert dat Nederland door een daadwerkelijke medewerking een plaats zou krijgen in het nieuwe Europa.”

Daarna ging Ton bij de Landstorm (Waffen SS). September 1944 werd hij naar België gestuurd als onderdeel van het Ardennenoffensief. In Hasselt moest hij naar eigen zeggen op verzetsstrijders schieten, wat hij “eenvoudig verdomde”. Hij deserteerde en meldde zich bij een verzetspost in Born (Limburg) en werd in het gevang gezet.

Wervingsposter voor het Vrijwilligerslegioen Nederland Nationaal Militair Museum

In het archief zit een uitgebreid stuk over zijn berechting. Hij werd veroordeeld voor hulp aan de bezetter, gewapende dienst bij een vreemde krijgsdienst en actief en trots lidmaatschap van de NSB. Uit verklaringen van kennissen, familieleden en buurtbewoners blijkt dat hij regelmatig in WA-uniform op straat te vinden was, dat hij de NSB vlag uit zijn woning hing en dat hij bereid was voor de Duitsers te vechten tegen de geallieerden. Ze vonden dat hij goedgelovig was en dat hij zich uit zwakheid had laten verleiden voor de Duitse zaak.

In december 1944 werd oom Ton opgesloten in kamp Vught. Dat kamp was tijdens de oorlog door de Duitsers gebruikt om politieke vijanden gevangen te houden, en werd na de oorlog door de geallieerden gebruikt om landverraders vast te zetten. Pas in oktober 1947, drie jaar na zijn opsluiting, werd hij door een speciaal tribunaal veroordeeld voor vijf jaar gevangenisstraf plus drie jaar proeftijd.

“Ton was een hele gemiddelde landverrader.”

In de ongeveer twee uur dat ik in het archiefzaaltje heb doorgebracht is me een ding duidelijk geworden. Oom Ton was geen slechte man. Geen gemene, moordende nazi. Hij was een domme, goedgelovige kerel die zijn geld op het verkeerde paard had ingezet. Net als 25.000 andere Nederlanders die bij de SS zaten en 100.000 mensen die in 1943 lid waren van de NSB, geloofde hij in het verkeerde systeem. Het verhaal wat ik zojuist heb beschreven is dan ook niet bijzonder schokkend. Ton was een hele gemiddelde landverrader. Hij was één van de vele Nederlanders die aan de foute kant van het grijze zat.

Niet iedereen was grijs.

Sommige Nederlanders waren gitzwart.

We hebben de vijf meest notoire NSB’ers voor je op een rijtje gezet.

Grijs, zoals historicus Chris van der Heijden in zijn boek ‘grijs verleden‘ de meeste Nederlanders beschrijft die niet goed of fout waren. Ook het verhaal van oudoom Ton is niet goed zwart of wit te noemen. Hij was een van die grijze Nederlanders. Maar hoewel het verhaal van mijn oudoom niet zo duister is, had het makkelijk anders kunnen zijn. Onder andere omstandigheden, als hij bijvoorbeeld wel naar het oosten was gestuurd, had hij misschien wel meegedaan aan de moordpartijen. Het is het systeem waar oom Ton onderdeel van was dat hem heeft gevormd.

“Het is het mij nu nog een raadsel dat ik al die jaren zo blind heb kunnen zijn en alles klakkeloos kon geloven.”

Oudoom Ton bleek een arme, zwakke man die het kwaad van zijn daden niet in had gezien. “Heden heb ik ondernomen en begrepen dat het middel erger was dan de kwaal.” Schrijft hij dan ook vanuit Vught. “En is het mij nu nog een raadsel dat ik al die jaren zo blind heb kunnen zijn en alles klakkeloos kon geloven.”

Dit zijn de vijf heldhaftigste Nederlanders van de Tweede Wereldoorlog

Tijdens de Tweede Wereldoorlog deed het grootste deel van de bevolking niks. Er was een kleine groep heldhaftige Nederlanders die tegen de terreur van de Duitse bezetter durfde in te gaan. Zo’n 25.000 mannen en vrouwen spioneerden, verspreidden illegale bladen, hadden onderduikers of pleegden gewapend verzet. We hebben de belangrijkste voor je op een rij gezet.

Hannie Schaft

Hannie Schaft

Zeg verzet, en je zegt Hannie Schaft. Ze was een communistische vrouw die actief in verzet kwam tegen de bezetting. Ze stopte in 1943 met haar studie nadat studeren alleen nog was toegestaan voor mensen die loyaal waren aan de bezetter. Hannie pleegde samen met haar vriendinnen Freddie en Truus Oversteegen aanslagen op Duitsers en NSB’ers. In 1944 pleegde ze met succes een aanslag op het leven van Piet Faber. Na nog een aantal andere NSB’ers en Duitsers te hebben omgebracht werd ze in 1945, drie maanden voor het einde van de oorlog, geëxecuteerd. Tijdens die executie miste de eerste schutter, waarna Hannie zou hebben gezegd: “Ik schiet beter”.

Hannie bracht Piet Faber om.

Zijn twee zoons, Klaas en Pieter, waren twee beruchte NSB’ers.

Lees hier over de meest notoire landverraders.

Gerrit van der Veen

Gerrit van der Veen

Gerrit was een kunstenaar en beeldhouwer. In de oorlog wilde de Duitse bezetter de kunstproductie controleren door kunstenaars lid te laten worden van de Kultuurkamer. Van der Veen weigerde dit, en sloot zich aan bij het verzet. Hij richtte een centrale op voor het vervalsen van persoonsbewijzen. Naar schatting zijn er door hem en zijn kompanen meer dan 20.000 bewijzen vervalst. Van der Veen deed ook mee aan de aanslag op het Amsterdams bevolkingsregister in 1943, waar veel persoonsgegevens opgeslagen lagen. in 1944 werd Gerrit in zijn rug geschoten bij een mislukte bevrijdingsactie. Hij wist te ontsnappen, maar na een aantal weken vonden de Duitsers hem. Hij werd in 1944 gefusilleerd.

De groep 2000 en Jacoba van Tongeren

Jacoba Van Tongeren Max Nauta

Deze verzetsgroep, onder leiding van Jacoba van Tongeren, telde 140 leden en wist zo’n 4500 onderduikers onder te brengen. Dankzij een systeem van strikte geheimhouding en codes (die in 2014 pas zijn gekraakt) wist de groep tot ver na de oorlog geheim te blijven. De groep onderhield nauwe banden met de Vrijmetselarij, en wist zo aan onderduikadressen te komen. Voor de onderduikers werden voedselbonnendepots overvallen en werden persoonsbewijzen vervalst. Jacoba van Tongeren was de leidster van de groep, en rolde via de verzetskrant Vrij Nederland in het verzet. Ze ontwikkelde hier haar banden met de Vrijmetselaars (waarvan haar vader de Nederlandse grootmeester was). Ze overleefde de oorlog en overleed in 1967 op 64 jarige leeftijd.

Zo iemand wil je wel als oma.

Lang niet iedereen heeft familie om trots op te zijn.

Lees hier over de zoektocht naar het NSB-verleden van mijn familie.

De gezusters Oversteegen

Truus (links) en Freddie (rechts) Oversteegen in 2014 Ministerie van Defensie

Truus en Freddie Oversteegen zaten in de zelfde verzetsgroep als Hannie Schaft. Ze waren betrokken bij verschillende liquidaties op NSB’ers en Duitsers en hebben onder andere een overval op een legerterrein gepleegd. Truus stond er om bekend samen met haar zus haar vrouwelijke charmes in de strijd te gooien. Truus en Freddie overleefden samen de oorlog. Truus overleed in juni 2016, en Freddie leeft nog steeds. Ze zit in het bestuur van de Stichting Nationale Hannie Schaft-Herdenking en geeft nog interviews. Zo maakte Andere Tijden in 2012 een aflevering over gewapend verzet, waarin beide zusters aan het woord komen.