De dictatuur van het slachtoffer leidt tot een grauwe eenheidsworst

COLUMN VIKTOR KAMPHUIS – Afgelopen week was gender volop in de aandacht. Sire kwam met een campagne over jongetjes, de stad Amsterdam en NS schaften in hun aanhef het verschil tussen de twee seksen af, en in het Verenigd Koninkrijk werd een campagne tegen seksisme in reclames gelanceerd.

Naast sekse op zichzelf is de verbindende factor hier een tendens van afkeer voor verschil die in de gehele westerse, liberale wereld speelt. De reflex van criticasters op de Sire-campagne is dan ook een verdraaiing van het veel gehoorde Boys will be boys naar “Laat jongens mens zijn”. Vanuit dit perspectief bezingt de doorgaans reactieve Volkskrant-columniste (M/V) Asha ten Broeke dan ook opeens de vrijheid.

Wat hier op de achtergrond speelt is het debat tussen nature en nurture: het debat of biologie of cultuur ons als mens bepaalt. Het gelijkheidsgeloof dicteert ons dat alles nurture is. Verschillen zitten dan niet in de mens zelf, maar worden veroorzaakt door culturele structuren. Dit combineert goed met slachtofferschap. Het slachtoffer heeft dan namelijk niet gewoon ongeluk, er is altijd wel een schuldige voor dit ongeluk te vinden.

Het is een illusie dat het individu vrij van biologische invloeden zou zijn.

Het lijkt mij echter evident om te stellen dat dat wat ons mens maakt nou juist de kunst tot een uitgebalanceerde wisselwerking tussen nature en nurture is. Praktische vrijheid is slechts te beoefenen wanneer we ergens vrij van kunnen zijn, ons ergens toe kunnen verhouden.

In eerste instantie lijkt de tegenpool van deze vrijheid onze natuur. Die wordt ons immers gegeven, en cultuur is een sociaal construct. Voor het individu is deze cultuur echter ook een gegevenheid waarin hij/zij zichzelf vindt, aan de andere kant ontvangt hij/zij juist een eigen lichaam met individuele genenpatroon en kenmerken van de natuur. Het is met deze bagage dat het individu zichzelf moet vormgeven. Het is derhalve een illusie dat het individu vrij van biologische invloeden zou zijn.

Ook de boodschap van Sire lijkt niet vrij van slachtofferschap. Jongetjes zouden slachtoffer zijn van de feminisering van onze cultuur. Wat echter opvallend is dat waar slachtofferschap tegenwoordig vanuit postmoderne identiteitspolitiek op veel begrip kan rekenen, het in dit geval vanuit diezelfde hoek giftige demonisering ontmoet. Pleitbezorgers van aandacht voor sekseverschillen zouden volgens auteurs als Ten Broeke en Jens van Tricht staan voor geweld tegen en het onderdrukken van vrouwen.

We glijden echter inmiddels af naar een dictatuur van het slachtoffer.

Sekse, en andere verschillen tussen mensen, zijn, anders dan het (post-)moderne egaliteitsevangelie ons voorhoudt, geen sociale constructen, maar vinden hun oorsprong in biologische gegevenheid. We glijden echter inmiddels af naar een dictatuur van het slachtoffer.

De erkenning van menig verschil wordt geduid als een aanranding van de ander zijn identiteit. Deze diversiteit wordt gezien als en machtsstructuur, en macht gaat ten koste van degene die het niet heeft. Alleen die pluriformiteit die de identiteit van het slachtoffer schept is nog toegestaan. De ander is schuldig aan de corrumpering van de sociale cohesie.

Uiteindelijk leidt dit beleid van overgevoeligheid voor onwelgevallige verschillen tot een grauwe eenheidsworst. Want als we in een pluriforme samenleving alles waar men aanstoot aan zou kunnen nemen afschaffen, blijft er geen ruimte voor diversiteit over.