Aanspreken op privilege is geen bashen

COLUMN JUSTINE VAN DE BEEK – Stel je voor dat je in een klaslokaal zit. De docent geeft iedereen in de klas een vel papier. De opdracht luidt: frommel het papier op tot een propje en probeer hem in de prullenbak vooraan in de klas te gooien. De voorste rij lacht zelfverzekerd en een meerderheid weet binnen luttele seconden succesvol aan de opdracht te voldoen. De achterste rijen zien hun klasgenoten met gemak het propje gooien en doen zelf ook een dappere poging. Enkele van hen lukt het, maar de meesten falen.

Terwijl hun klasgenoten vooraan niet zien welke afstand de mensen achterin overbruggen, zien de achterste rijen wél het verschil in afstand. Het frustreert hen: dit is toch niet eerlijk? Wanneer zij hun klasgenoten vooraan hiermee confronteren, brengen zij verontwaardigd uit: “Alsof het voor ons zo makkelijk is? Wij zijn ook maar individuen. Doe gewoon beter je best!”

Een soortgelijke reactie geeft Fabian van Hal op mijn column over de radicalisering van bepaalde witte mannen: ik zou volgens hem witte mannen ‘generaliseren en bashen’, en voorbij gaan aan hun individualiteit. Het stuk staat vol onjuistheden, maar ik wil met name op deze reageren: een groep aanspreken op privilege is niet hetzelfde als bashen. Ten overvloede: natuurlijk besef ik dat als je als witte man geboren wordt, je leven niet automatisch één groot feest is. Ieder mens kent individuele tegenslagen. Maar het propje in de prullenbak krijgen is wel een stuk makkelijker.

Want worden witte mannen wegens een ‘niet-Nederlands’ uiterlijk en naam afgewezen bij sollicitatiegesprekken? Worden zij ‘etnisch geprofileerd’ door de politie en er ‘willekeurig’ uitgehaald bij douanechecks? Krijgen zij dagelijks de vraag waar ze nou eigenlijk écht vandaan komen? Worden zij bij uitgaansgelegenheden geweigerd vanwege hun uiterlijk? Krijgen zij vanaf hun jeugd continu te maken met racistische karikaturen van hun huidskleur? Krijgen zij in interviews de vraag hoe ze hun carrière combineren met kinderen, en welk merk pak ze aanhebben? Worden zij dagelijks op straat of tijdens het uitgaan lastig gevallen door passanten? Worden zij ‘sletten’ genoemd als ze seksueel vrij gedrag vertonen? Worden zij structureel onderbetaald voor hetzelfde werk als vrouwen? Zien zij zichzelf nauwelijks terug in talkshows op televisie? Is het uniek als zij de top binnen het bedrijfsleven of de politiek bereiken? Is het lastig voor hen om voorbeelden te vinden?

Deze tegenslagen, die voortvloeien uit maatschappelijke ongelijkheid, komen er voor bijvoorbeeld vrouwen en mensen van kleur bij. Dat lijkt Fabian ook te beseffen: hij schrijft dat de ‘statistieken’ bevestigen dat maatschappelijk gezien de winden meewaaien voor witte mannen. Fabian toont met die uitspraak al aan: het duiden van een groep op basis van maatschappelijk voordeel, is heel anders dan het racistisch generaliseren van etnische en religieuze minderheden.

De eerste dient om sociale ongelijkheid te beëindigen door het aan te kaarten, de tweede om die ongelijkheid te versterken. Wie geen verschil ziet tussen “Witte mannen kennen maatschappelijk voordeel” enerzijds en “Minder Marokkanen? Gaan we regelen!” en “Mexicans are rapists” anderzijds, houdt bewust de handen voor de ogen.

Fabian schrijft dat hij een vuist wil maken tegen racisme. Dat is een lege kreet, als hij fragiel “Omgekeerd racisme!” blijft roepen wanneer activisten daar een poging toe doen.

Wat is de meerwaarde van het benoemen van kleur?

COLUMN FABIAN VAN HAL  – Alle lof naar Justine van de Beek omdat ze op mijn ingezonden reactie wilde reageren. Een levendige discussie over Charlottesville en wit privilege is zeer interessant. Wel is het jammer en teleurstellend dat de focus nu alleen maar op wit privilege komt te liggen, terwijl dat niet mijn belangrijkste punt was. Dit illustreert wat kortzichtige en ongenuanceerde identiteitspolitiek veroorzaakt, namelijk het afhouden van ware oorzaken van Charlottesville.

In de reactie van Justine op mijn stuk wordt wederom niet gerept over een verband tussen het aantreden van Trump en de openlijke demonstratie van neonazi’s. Je zou haast denken dat ze hem verdedigt. De Volkskrant plaatste deze week een prachtartikel waarin op een sterke manier onderbouwd werd waarom nazi’s nu wél hun gezicht laten zien. De hoofdreden is dat Donald Trump ze niet veroordeelde en zij zich daarom gesterkt voelden door de hoogste macht van de Verenigde Staten. Hun huidskleur werd, terecht, niet genoemd.

Teruglezen wat Justine zei?

Dat kan hier.

Wat is de meerwaarde van het benoemen van hun kleur? Volgens mij weet niemand dat, Justine zelf ook niet. Haar reactie op een inhoudelijke gelijkenis van bovenstaande alinea was namelijk een betoog over wit privilege. Trump was ze vast even vergeten. Dat is een logische reactie als je opgesloten zit in het hokjesdenken van veel ‘Social Justice Warriors’, maar geen logische reactie als je werkelijk naar de inhoudelijke punten van mijn column kijkt.

Als de discussie over wit privilege dan toch begonnen is, kunnen we het volgende onomstotelijk vaststellen: wit privilege bestaat. Dit heb ik nooit ontkend en voor de slechte lezers zeg ik dit nogmaals expliciet. Witte mensen hebben een privilege, natuurlijk. Maar dat is niet de enige vorm van privilege die bestaat, stelde gerenommeerd psycholoog Jordan Peterson terecht. Lange mensen worden eerder als leider gezien, mensen die zich netter kleden hebben voordelen en vergeet ook niet de economische situatie waarin je geboren wordt die je voor de rest van je leven kan tekenen. Huidskleur is louter één van de aspecten die je sociale en economische positie kan beïnvloeden. Dat betekent nog steeds niet dat je van iemand zijn huidskleur af kan lezen hoe iemand zijn leven eruit ziet, stelde ik al eerder deze week.

Zoals Van de Beek terecht schrijft zal ik nooit weten hoe het is om een vrouw te zijn en hoe het is om donker te zijn, maar ik weet wel hoe het is om niet lang, allochtoon en een paria te zijn omdat ik nagenoeg als eenling voor de opvang van vluchtelingen pleitte in mijn geboortedorp. Een groep aanvallen op hun privileges alsof ze een collectieve misdaad hebben begaan is zeer verwerpelijk.

Verder vind ik de ridicule allegorie aan het begin van haar stuk over wit privilege zeer zwak. Propjes gooien in de klas, echt? Kom op Justine, dat toont weinig respect voor je lezers. Daarmee breng je een zeer complex probleem terug tot suggestief kleuterachtige proporties en dekt het in geen enkel opzicht de lading.

Tot slot wordt op Twitter mijn kritiek aan de kaak gesteld dat ze witte mannen over één kam scheert. Inderdaad, dat valt te betwisten, maar als je het hebt over de radicalisering van Pieter-Jan, lijk je het over alle Nederlandse mannen te hebben. Probeer maar eens te zeggen dat je het hebt over de radicalisering van Mohammed of Youssef, dan wordt de onzorgvuldigheid en generalisatie duidelijk.

Identiteitspolitiek is een groeiend probleem. Gelijkheid bestaat niet als je mensen beoordeelt om hun uiterlijk. Focus op huidskleur creëert scheidslijnen in de samenleving en zet mensen tegen elkaar op. We moeten wel blijven monitoren en ervoor zorgen dat het huidige racisme verdwijnt door maatschappelijk eenwording in de gedachte dat iedereen gelijk is.

Het bashen van witte mannen brengt ons niet verder

COLUMN FABIAN VAN HAL – In haar column van 14 augustus op BIG uit Justine van de Beek haar zorgen over, in haar woorden, ‘de radicalisering van de witte man’. Wie schrijft kan een reactie verwachten, zeker als het gaat over een bevolkingsgroep waar ikzelf toe behoor. Van de Beek verlaagt zich tot het generaliseren van witte mannen en geeft geen gehoor aan de daadwerkelijke oorzaak van het uit de hand gelopen protest.

Terecht begint de column met zorgen over de extreemrechtse nationalisten die een chaos veroorzaken waar een derdewereldland U tegen zegt. Evenals de columniste veracht ik de wandaden van de lafaards die het neonazisme belichamen. Het is een groepje zielige mensen met racistische intenties. Alle kritiek daarop is volledig terecht.

Echter, Van de Beek geeft de schuld aan hun huidskleur. Volgens haar zijn de heren bedreigd door het groeiende feminisme en antiracisme. Dat is een ononderbouwde uitspraak. Geen van de protestanten heeft tot nu toe geclaimd dat de eerdergenoemde  emancipatiestromingen hen kwaad hebben gedaan. De aanleiding was het plan om het standbeeld van generaal Robert E. Lee weg te halen. Pas later kwamen antiracismebetogers om de hoek kijken. Bovendien rept ze totaal niet over president Donald Trump, die extreemrechts vrij spel geeft. Het woord ‘Trump’ komt nog niet één keer in haar column voor, terwijl dat een zeer grote oorzaak is van de mogelijkheid van de mars. Dat noem ik wegkijken.

Ten tweede stelt ze dat witte mannen alle maatschappelijke kansen meehebben. Dat zal zeker zo zijn als je naar de statistieken kijkt, daarover twijfel ik niet. Wat Van de Beek echter vergeet, is dat elk individu anders is. Geen enkele witte man is hetzelfde als een andere, evenals dat een donkere vrouw een individueel persoon is en geen kopie van een willekeurig andere donkere vrouw. Zonder enig benul van de persoonlijke situatie van de heren roept ze dat ze een gigantische machtspositie hebben.

Hiermee vervalt ze in ongenuanceerde identiteitspolitiek. Het is enorm simpel: er zijn duizenden mensen die in armoede leven. Een deel daarvan zijn witte mannen. Om te stellen dat omdát je wit bent een machtspositie hebt, is het veralgemenen van ras. Geert Wilders gebruikt die retoriek als hij spreekt over moslims, evenals Donald Trump. Deze drogreden lijkt nu ook uit antiracistisch links te komen.

Met generaliseren en bashen van witte mannen komen we niets verder. Wel met zoeken naar de daadwerkelijke oorzaken. Trump mag van mij zo spoedig mogelijk het Witte Huis verlaten. Zolang dat niet gebeurt moeten we een vuist maken tegen racisme. Dat doen we absoluut niet met het over één kam scheren van, jawel, witte mannen.

Fabian van Hal is student en lid van GroenLinks-jongerenbeweging DWARS. Hij schrijft o.a. voor Jalta.

 

Justine van de Beek: De radicalisering van de witte man

COLUMN JUSTINE VAN DE BEEK – In Charlottesville, Amerika, vond er zaterdag een mars plaats van wit-nationalisten en neo-nazi’s, ook wel eufemistisch ‘alt-right’ genoemd. Beelden van de mars spreken boekdelen. Het aanzicht, een groep witte mannen in het donker marcherend door de straten met fakkels, brengt bij eenieder die de Ku Klux Klan bij geschiedenis heeft behandeld een naar gevoel van herkenning teweeg. Hoe onrealistisch het ook lijkt: ook in Nederland kunnen we leren van de tragiek in Charlottesville.

De witte suprematisten ‘protesteerden’ tegen het weghalen van een beeld dat herinnert aan de Amerikaanse Confederatie, de tijd waarin de zuidelijke staten in Amerika zich afscheidden van het noorden omdat zij voor het behoud van slavernij waren. De boze witte mannen riepen kreten zoals: “They will not replace us!”, “White lives matter”, “Sieg heil” en “Blood and soil” (refererend aan de racistische ideologie dat etniciteit door bloed en grond van afkomst bepaald wordt). Een jonge activiste die deel uitmaakte van het tegenprotest, stierf nadat een van de nazi’s op hen inreed. Tientallen mensen raakten gewond.

Een verdoofde duim kreeg ik van het blocken van anonieme Twittereitjes bij elke nieuwe terreurstroom.

Hun kreten bevestigen een langer opkomende tegenbeweging aan van een groep witte mannen die zich bedreigd voelen door opkomende emancipatiebewegingen. Nieuwe golven feminisme en antiracisme geven hen het gevoel bedreigd te zijn. Even zijn zij niet de enige die de microfoon vasthouden, de dienst uitmaken. Ze hebben alle maatschappelijke kansen mee: op de arbeidsmarkt in zowel machtsposities als salaris, in representatie in de media, sport, politiek en het bedrijfsleven. Toch is dat niet genoeg.

EPA

Het is makkelijk en veilig om te stellen dat dit een extreem Amerikaans groepje gefrustreerde kerels zijn. Dat zij geen vertegenwoordigers zijn van de radicalisering van een groep witte mannen. Nederland kent inderdaad (nog) niet zulke agressieve wit-nationalistische marsen en racisme hier kent een andere werking en geschiedenis, maar we delen wel een soortgelijke basis.

Vrijwel alle progressieve activisten (met name activisten van kleur) die ik ken zijn meermaals geïntimideerd en bedreigd door dit soort types. Na een PVV-kritische column in een Limburgse krant werd ik gemaild door een man die in detail uitlegde hoe ik verkracht zou moeten worden door moslims zodat ik de waarheid zou inzien.

Het is makkelijk en veilig om te stellen dat dit een extreem Amerikaans groepje gefrustreerde kerels zijn

Op platforms zoals Dumpert, GeenStijl, TPO en Jalta wordt er in bashende stukken gelinkt naar activisten, zo ook naar mij, met de impliciete oproep: intimideer hen. En zo geschiedde – een verdoofde duim kreeg ik van het blocken van anonieme Twittereitjes bij elke nieuwe terreurstroom. Aandachtshoer dit, feminazi dat, een “Je moet gewoon eens flink geneukt worden” hier en een “Ik sla geen vrouwen, maar bij jou zou ik er wel wat verstand in willen slaan” daar. Dit zijn geen uitzonderingen, maar is al tijden de gang van zaken bij (online) activisme van vrouwen en mensen van kleur. Zie ook: de GeenStijl-gate.

De eerdergenoemde online platforms en extreemrechtse politieke bewegingen zoals Forum voor Democratie overtuigen hun publiek dat het bevechten van ongelijkheid overgevoelig gezeur is en dat witte mannen de ware slachtoffers zijn. Van identiteitspolitiek, van de feminisering van de samenleving. Zij verstrekken een voedingsbodem voor extremisme. Charlottesville leert ons: we moeten het gaan hebben over de radicalisering van Jan-Pieter.

Waarom neonazi’s kunnen zeggen wat ze willen (ook in Europa)

De Hitlergroet, vlaggen met hakenkruizen, brandende kruizen en witte puntmutsen. De Verenigde Staten lieten zich afgelopen weekend niet van hun fraaiste kant zien. Neonazi’s en andere rechtsextremisten werd geen strobreed in de weg gelegd om te demonstreren in Charlottesville. De president zag het aan en durfde het niet te veroordelen. Andere Amerikanen deden dat wel. ‘Nazi’s horen hier niet’. Welke plaats hebben neonazi’s eigenlijk in Europa?

We willen jullie hier niet. Wees beschaamd. Wij zijn sterker dan jullie. Hier is geen plaats voor jullie, in Amerika is geen plaats voor jullie.

“Ik heb een boodschap voor de nazi’s die naar Charlottesville kwamen. Die boodschap is heel simpel: Ga naar huis en kom nooit meer terug. We willen jullie hier niet. Wees beschaamd. Wij zijn sterker dan jullie. Hier is geen plaats voor jullie, in Amerika is geen plaats voor jullie”, zei de gouverneur van Virginia over de neonaziprotesten in Charlottesville.

Harde woorden die met applaus ontvangen werden. Maar ook harde woorden in een land waar het hakenkruis zichtbaar gedragen mag worden en neonazisme dankzij een enorme vrijheid van meningsuiting weinig obstakels kent. In Nederland is dat anders.

(Neo)nazisme aan de Noordzee

Hier bestaan allerlei regels om het uitdragen van nazistische ideeën aan banden te leggen. Van het niet mogen ontkennen van de holocaust, de ban op de verkoop van Mein Kampf, geen zichtbare hakenkruizen en een verbod op de Hitlergroet. Deze regels staan echter niet op zichzelf en zijn alleen in context écht strafbaar.

Zo mogen op militaire beurzen gerust zichtbare hakenkruizen te zien zijn, kan Mein Kampf op de Universiteit gelezen worden en is het gebaar van de Hitlergroet op zich niet strafbaar, maar wel als die tegen een bepaald persoon is gericht.

Eind vorig jaar werd Pegida voorman Edwin Wagensveld vrijgesproken nadat hij op een demonstratie in Amsterdam met een hakenkruis op zijn t-shirt werd gezien. Dat was tegen de richtlijnen die burgemeester Van der Laan had opgesteld. De rechter bepaalde echter dat het hakenkruis op Wagensveld t-shirt in de context gezien moest worden. Juist door het deponeren van een swastika in de prullenbak werd afstand genomen van het nationaal socialisme, vond de rechter.

In juni sprak een rechter in Utrecht een geschiedenisleraar vrij.

Hij mocht ‘in de context van een beurs’ Mein Kampf verkopen.

Duitsland krijgt neonazi’s niet in de ban

Onze oosterburen worstelen als geen ander met het naziverleden. Ook hier zijn symbolen als het hakenkruis en Mein Kampf in de ban gedaan. Toch hebben de Duitsers het niet voor elkaar gekregen een politieke partij met nazisymphatieën te verbieden. Zelfs de rechtsextremistische NPD heeft volgens het Duitse hof niets strafbaars gedaan. In 2011 bleek dat de neonazi-terreurcel NSU (Nationalsozialistischer Untergrund) in contact stond met de NPD. De NSU is een gewelddadige organisatie, met aanslagen op haar naam.

 Ook in Europa kan extremistisch gedachtegoed puur als vrijheid van meningsuiting maar moeilijk aan banden worden gelegd.

Het constitutioneel hof oordeelde dat NPD ‘ongrondwettelijke doelen’ had. Voor een plan ‘om de democratie omver te werpen’ waren echter geen aanknopingspunten. Vrij vertaald stelde het hof dat de NPD geen concrete coupplannen had tegen de Duitse democratie en daarom voort kon bestaan.

Het Europese beleid tegen neonazisme is strenger dan dat van de Verenigde Staten, maar het beperkt enkel de uitingen en de excessen van nazisme in haar context. Ook in Europa kan extremistisch gedachtegoed puur als vrijheid van meningsuiting maar moeilijk aan banden worden gelegd. Dat blijkt uit het gebruik van context en het argument dat een rechts-extremistische partij mag bestaan, zolang het de democratie niet aanvalt.